Antoinette Lohmann en Furor Musicus: oude muziek

Datum/Tijd
zondag 01-12-2019
14:00 - 15:00

Locatie
Kazerne


Antoinette Lohmann en Furor Musicus: oude muziek

 

Hoe ver lagen kerk en kroeg in de zeventiende eeuw uit elkaar, of hoe na stonden ze elkaar? Je mag het komende zondag zelf uitmaken!

Ons vijfde Podium Klassiek concert bevat voor de afwisseling eens oude muziek, en wel voor ‘Kunstgeiger en Bierfiedler’. Voor veel mensen begint klassieke muziek bij Johann Sebastian Bach, maar al voor die tijd was er in Europa een spetterend muziekleven met volop muziek voor kerkelijke en minder kerkelijke gelegenheden. Precies die muziek hoor je zondag door violiste Antoinette Lohmann, klavecinist Jörn Boysen en celliste Maria Sánchez Ramírez, drie specialisten in dit uitdagende, lyrische en niet zelden virtuoze repertoire.

 

Wat vindt Marjolijn?

Het programma van Podium Klassiek Eindhoven wordt samengesteld door Marjolijn Sengers. Waarom programmeerde ze dit concert?

“Open haar website en je hoort een prachtige melodie uit ca 1650. Zowel het instrument als de interpretatie van violiste Antoinette Lohmann raakte me tot in mijn ziel. Haar spel boeit omdat het puur is en uitgaat van het instrument en de expressie uit de tijd van ontstaan. Niet de prestatie voert de boventoon, maar wat de musicus van toen moet hebben bezield. ‘Kunstgeiger und Bierfiedler’ ofwel: gein en ongein op de barokviool.”

 

Spielmänner en Bierfiedler

Het zeventiende-eeuwse muziekleven in Duitsland en Oostenrijk kende verschillende, soms overlappende lagen. De Spielmänner (ook wel Bierfiedler, Brättlfiedler of Linksfäuster genaamd), NL speelmannen, of speellieden) waren meestal niet officieel opgeleid en speelden over het algemeen mondeling overgeleverd dansrepertoire. Een stadsmuzikant moest echter officieel bij een meester in de leer zijn geweest; musiceren werd in die tijd beschouwd als een ambacht. Ook afkomst en levenswandel speelden een rol. Stadsmuzikanten moesten vooral veelzijdig zijn. Zij genoten enige sociale zekerheid en aanzien en hadden  privileges die de Bierfiedler, die feitelijk freelancers waren, ontbeerden. Stadsmusikanten speelden vooral tijdens representatieve stadsaangelegenheden, maar het waren vooral de nevenactiviteiten, zoals verlovingen, huwelijken en doopceremonies die geld in het laatje brachten. Het salaris stelde namelijk niet zoveel voor. Deze gelegenheden vielen meestal niet onder bewind van kerk of stad en boden de speelmannen, die evenals de stadsmuzikanten stadsrecht genoten, dan ook de mogelijkheid de concurrentie met de stadsmuzikanten aan te gaan.

De niet opgeleide speelmannen werden hevig bekritiseerd, terwijl zij zich dikwijls in het grijze gebied tussen wel en niet opgeleid bevonden. Qua repertoire en afkomst waren zij waarschijnlijk geschikter voor feesten en partijen dan de stadsmuzikanten. Bovendien wilde de gemiddelde burger graag zelf kiezen wie op hun feestje mocht spelen. De rol van de Bierfiedler op de ontwikkeling van de viooltechniek mag niet worden onderschat: de wijze waarop zij zichzelf op de viool begeleidden door harmonie toe te voegen en hun diminutiekunst (versierkunst), heeft zeker een stempel gedrukt op de ontwikkeling van de viooltechniek.

De meeste hoven waren een bakermat voor muzikale innovatie, een positie aan het hof leek dan ook aantrekkelijk. Vaak mochten musici een studiereis maken naar het buitenland, om op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen. Echter, een Hofmusikant was niet meer dan een bediende en moest op commando komen opdraven. Het betrof bovendien een onzekere positie: een huwelijk, een nieuwe, of geen troonopvolger kon tot verandering leiden en het einde van een monarchie betekenen. Ook de positie van een stadsmusikant kon onzeker zijn: in tijden van afgekondigde rouw en in de vastentijd was publiekelijk musiceren vaak verboden en werd er dus niets verdiend. Een veiliger positie was die van kerkmusicus, met regelmatig werk.

De virtuoos, van het Latijnse virtus (deugd), stond op de hoogste trede. Virtuoos betekende in de praktijk dat men moest proberen gezien te worden in kringen die geacht werden deugdelijk te zijn en dus ook geacht werden over andermans deugdzaamheid te kunnen oordelen, zoals vorsten, pausen en de adelstand. In de adelstand te worden verheven was dan ook de ultieme erkenning, maar betekende eveneens dat men ondergeschikt was aan de moraal en de ethiek van deze kringen.

Eind 17e-, en begin 18e eeuw verschenen vele collecties handgeschreven kopieën van viool-, maar ook ander repertoire, vaak met werk van in de naaste omgeving actieve componisten. Het was goedkoper dam muziek drukken en bovendien kon men op deze manier een eigen repertoire samenstellen. De verzamelingen waren vooral bedoeld voor praktisch gebruik, denk hierbij bijvoorbeeld aan oefenmateriaal.

 

Programma

 

 

De kerkmusicus:

Johann Erasmus Kindermann (Nuremberg 1616 – Nuremberg 1655)

Uit Canzoni. Sonatae, una, duabus, tribus, & quator violis, Pars Posterior (Nuremberg 1653): Sonata Prima

 

Uit de kringen der virtuozen:

Anoniem:  uit collectie van de Prins Bisschop Karl Liechtenstein – Kastelkorn (1624-1695), Kromeriz: Sonate voor viool en continuo

 

Violino in scordatura, Kunstmuziek of ??

  1. (Nicolaas?) Goor (Belgie? 17e eeuw):

Uit het di Martinelli familie-archief: Sonata decima

 

Sollicitatie naar de functie van hofmusicus, maar uiteindelijk toch het klooster in..

Johann (Marianus) Baal (Karlstadt 1657 – Münsterschwarzach 1701)

Uit Opus Primum (Bamberg 1677): Sonate voor viool en continuo

Op zoek naar een functie aan het hof, maar misschien toch geen virtuoos?

Ignazio Albertini (Milaan 1644? – Wenen 1685): 

Uit  XII sonata Violino Solo (ca.1685) Sonate VII  

 

Een opgeleide violist versus een boerenviolist

Fischer, hofmusicus, zoon van een speelman

Johann Fischer (Augsburg 1646- Schwedt 1717)

Uit Musicalische Fürsten-Lust (1706): Suite – Unterschied zwischen einen rechten Violinisten und gemeinen Bauern – Fiedler 

 

 

Furor Musicus 

Furor Musicus werd in 2008 door Antoinette Lohmann opgericht. De groep legt zich voornamelijk toe op de uitvoering en registratie van onbekend, veelal Nederlands 17de- & 18de-eeuws repertoire op historische instrumenten, zonder te willen meedeinen op reeds ontstane tradities en gewoontes binnen de historische uitvoeringspraktijk.

De naam Furor Musicus is ontleend aan de term Furor Poeticus, een Latijnse uitdrukking die verwijst naar het fenomeen poëtische (of artistieke) inspiratie. Het woord furo(r) refereert aan een staat van intense opwinding, soms grenzend aan waanzin. De term Furor Poeticus refereert aan het vermogen om geïnspireerd te raken en anderen te inspireren.

Antoinette Lohmann (viool, altviool, violino piccolo, klompviool) studeerde viool, altviool en barokviool aan het Amsterdams Conservatorium. Zij is altijd actief geweest op uiteenlopende muzikale terreinen, van salonmuziek tot Argentijnse tango, van muziektheater tot hedendaagse muziek en van barok- tot volksmuziek. Antoinette is als hoofdvakdocent historisch viool en -altviool verbonden aan de conservatoria van Utrecht, Leipzig en Amsterdam. 

Jörn Boysen (klavecimbel, citer) is repetitor aan het Utrechts Conservatorium en artistiek leider van Musica Antica, een van de belangrijkste podia voor Oude Muziek in Nederland.

María Sánchez Ramírez (cello, bumbass) is lid van Musica Poetica en werkt met ensembles en orkesten in Duitsland, Spanje en Nederland. Ze geeft regelmatig concerten in zalen en festivals in heel Europa.

 

Violiste Antoinette Lohmann speelt op 1 december oude muziek bij Podium Klassiek EindhovenMeer informatie over ons brunch- en dinerarrangement vind je hier.

 

Hoe werkt het reserveren?

Vind je ons reserveringssysteem onduidelijk of lastig? Op onze pagina Hoe te reserveren leggen we je stap voor stap uit hoe het werkt. Kom je er toch niet uit of twijfel je of je het goed doet? Stuur naar een mailtje naar info@podiumklassiekeindhoven.nl.